Dalilla Hermans en haar boodschap aan de wereld

Ik hou van kleur in de samenleving! In alle variëteiten. Dat was maar één reden om het boek van Dalilla Hermans te willen lezen. Dalilla is journaliste van Charlie Magazine en sinds kort deelneemster aan “De slimste mens”, een veelzijdige dame met haar hart op de tong. Maar ze is ook vooral mama van Cooper, Malane Imana en Noëlle Isimbi. Kinderen met een kleurtje voor wie ze hoopt dat ze kunnen opgroeien in een maatschappij waarin alle mogelijkheden voor hen openliggen. Dat is wat ik als mama ook hoop voor mijn kinderen.

Zo kwam het dat ik enigszins wat buiten mijn ‘comfortzone’ aan het boek begon, maar ook direct werd gegrepen door haar hoopvolle stem. Ik las het in één ruk uit. Toen de Confituur Boekhandels mij vroegen om Dalilla tijdens de Boekenbeurs te interviewen, leek me dat een hele fijne kans al gaf het me ook wel een beetje de kriebels. Want interviewen is een kunst apart en ik had het sinds de schoolbanken bijna nooit meer gedaan. Toch besloot ik gehoor te geven aan mijn verlangen deze bijzondere dame toch een beetje beter te leren kennen. Ben ik blij dat ik dat gedaan heb!

Hieronder lees je mijn verslag van het interview.

Ik wil je meenemen in mijn levensverhaal, zodat je je eigen verhaal beter zult snappen en zult kunnen plaatsen. Ik wil met de wereld delen wat het doet met een mens, opgroeien in een zee van wit als een wolkje bruin. Ik schrijf deze verhalen voor jou en voor mezelf. Voor de samenleving en voor mijn zoon.’ Dalilla Hermans werd in 1986 in Rwanda geboren, op haar tweede werd ze door haar Vlaamse ouders geadopteerd. Ze groeide op in een klein dorpje in de Kempen, waar ze een van de eersten met een andere huidskleur was. Dat bracht nogal wat uitdagingen met zich mee: Dalilla werd betutteld door zogenaamd progressieve Vlamingen en uitgespuwd door racistische Vlamingen. Maar ze was ook geliefd en werd gewaardeerd door veel meer anderen. ‘Brief aan Cooper en de wereld’ is een doodeerlijke zoektocht naar de lessen die ze haar opgroeiende zoon móét meegeven, als persoon met een kleurtje in dit deel van de wereld. Een autobiografisch verhaal met een scherp maatschappijkritisch randje. Een boek dat ons een geweten wil schoppen en tegelijk hoopvol oplossingen aanreikt. Dalilla zou bovenal zichzelf niet zijn als er af en toe niet gelachen mag worden.

Brief aan Cooper en de rest van de wereld
Dalilla Hermans
Uitgeverij Manteau

Recensie van het boek kun je hier op Goodreads lezen.

Welkom Dalilla. Ik heb het boek met heel veel plezier gelezen. Wat mij direct opviel was dat jouw twee mama’s een zeer prominente rol in jouw verhaal spelen. Jouw papa en zus komen er in voor, maar zij zijn veel meer op de achtergrond. Heb je daar doelbewust voor gekozen?
Ja, zeker voor het verhaal van mijn zus heb ik daar heel bewust voor gekozen, omdat niet alle details te geven. Zij heeft de beslissing niet genomen om een boek te schrijven over haar leven. Ik gooi dat op straat. Haar verhaal is anders dan het mijne. Uit respect voor haar heb ik haar zoveel mogelijk uit het verhaal gelaten. Sommige zaken moest ik wel vertellen, omdat ze een rol in het verhaal heeft gespeeld. We zijn samen opgegroeid. Met mijn beide moeders heb ik een heel sterke band, zeker met mijn adoptie moeder, we zijn heel hecht. Ze is mijn beste vriendin, ik zou nooit over mijn leven kunnen vertellen, zonder haar een rol in mijn verhaal te geven.

Met mijn biologische moeder Agnes heb ik ook een speciale band. Dat is een heel belangrijk deel van mijn verhaal. Mijn twee mama’s zijn sleutelfiguren geweest in mijn leven. Mijn papa is een echte papa uit de jaren ‘80. Een keiharde werker, een lieve mens maar een klein beetje afstandelijker. Wanneer het uit was met mijn lief, ging ik eerder naar ons mama.

Dat zijn twee straffe madammen die mama’s van jou.
Dat zijn twee ongelooflijk straffe madammen. Ze hebben alle allebei op zo’n schone manier en met zoveel liefde dingen voor mij gedaan, die voor iemand anders bijna niet in te denken zijn. Die ook voor mij als moeder moeilijk voor te stellen zijn. En ze hebben dat altijd gedaan zonder daar over te klagen of het grootser te maken dan het was. Ik heb voor allebei heel veel respect.

Was jouw adoptie mama vaak een filter in jouw leven?
Je moet haar een beetje kennen, maar het is een heel warm en lief mens. Ze kijkt heel onbevangen naar de wereld en ze ziet iedereen graag. Dat maakt dat je als kind bepaalde ‘scherpe’ zaken anders hebt ervaren of niet hebt gezien. Ze heeft ons zeker afgeschermd van een aantal zaken.


Hoe filterde jouw mama Sinterklaas bij jullie thuis? Er is een hoofdstuk opgenomen in het boek waarin Cooper een beetje in de war is door Zwarte Piet. Daar ben jij enorm van geschrokken, maar hoe ging dat bij jullie vroeger thuis?
Ik vind het de laatste tijd moeilijk om over dat thema te praten, zeker wanneer er niet zo heel veel tijd is. Het is geen zwart wit verhaal. Het is een gelaagd verhaal.

Toen ik mijn allereerste sinterklaasfeest vierde, was ik ruim drie jaar en ik ging naar de kleuterschool. Ik had het enorm naar mijn zin. Mijn vriendjes in de klas hadden wel in grote lijnen uitgelegd wat het Sinterklaasfeest inhield, maar een driejarige kan daar niet echt een beeld van maken. Nu hadden ze op school voorgesteld aan mijn mama om Zwarte Piet te komen spelen op mijn kleuterschool. Die was zo enthousiast, vooral omdat ze zo blij was dat ze er bij kon zijn wanneer wij voor de eerste keer dat feest zouden vieren.

Mijn zus  en ik zitten in de kleuterklas te wachten op Sinterklaas en zijn Pieten. Er wordt keihard op de deur gebonkt, de Pieten komen binnen en gooien direct cadeautjes. Ik en mijn zus waren hysterisch… Wij waren zo bang, want we dachten: ‘Ze komen ons terughalen’. We hadden nog maar vage herinneringen aan vroeger, maar we waren zo bang dat we terug moesten. Mijn moeder was compleet van slag door onze angst. Het was een traumatische ervaring voor ons alle drie!

Ik vertel het verhaal vaak, omdat ik elk jaar na dit verhaal, altijd het Sinterklaasfeest gevierd heb, met heel veel cadeautjes. Veel negatieve herinneringen heb ik er niet aan. Maar voor mij staat het wel symbool voor het feit dat veel mensen Zwarte Piet zien als een Afrikaan. Ik vind het absoluut geen fout feest, ik heb er echt heel erg van genoten.

We zullen niet het hele Zwarte Pietenpact bespreken, maar ik wil je wel vragen of je hoopt dat het makkelijker wordt in de nabije toekomst voor kinderen om die link niet te maken. Dat jouw zoon en dochters in een maatschappij leven waarin Zwarte Piet gewoon een kindervriend is en niet direct geassocieerd worden met DE Afrikaan.
Dat is vooral wat ik hoop dat het realiseert. Ik wil niet dat het feest wordt afgeschaft. We moeten vooral niet het kind met het badwater weggooien. Ik denk dat wanneer we een paar accenten van Zwarte Piet (kroeshaar, dikke lippen en gouden oorbellen, dat klopt niet met het verhaal: ik ben door de schoorsteen gekomen en dat gebeurt niet in een schoorsteen) kunnen weghalen, dan kunnen we dat allemaal vieren en is de negatieve connotatie weg.

Ik hoop dat we eruit geraken. Als iedereen halsstarrig vasthoud aan zijn eisen, wordt het zo’n gepolariseerd gesprek dat het feest wordt afgeschaft en dat zou pas jammer zijn.

Moeten we meer over dit soort thema’s discussiëren?
Dat zijn geen leuke gesprekken en je voelt dat daar heel veel weerstand op komt. Ik heb dat al een paar keer gedaan. Zaken die ik stereotyperend vond aangekaart en daar krijg je heel veel weerstand op en wordt het gesprek op gang houden heel moeilijk. Maar ik vind toch dat we dit soort gesprekken moeten hebben. Omdat ik denk dat wanneer je iets niet bespreekt, dan wordt dat alleen maar groter en groter en op den duur zeggen we niets meer tegen elkaar. We leven in een maatschappij die of we nu willen of niet, super divers wordt of zelfs al is. Dus we kunnen niet die moeilijke gesprekken uit de weg blijven gaan. Want uiteindelijk worden we toch allemaal met elkaar geconfronteerd en moeten we samen vooruit. Of we dat nu leuke gesprekken vinden of niet, we gaan ze even moeten voeren.

En helpt het dan dat die gesprekken gevoerd worden mede door bekende Vlamingen? Mensen die in de media komen?
Dat is, jammer genoeg misschien, nu eenmaal hoe de maatschappij werkt. Iets is pas belangrijk als er aandacht aan besteed wordt. We kunnen dat als individu nog zo vaak proberen, maar uiteindelijk heb je een vergrootglas nodig. Dat is de reden waarom ik vaak inga op vragen vanuit de media. Als ik wil dat het verhaal verteld wordt aan veel mensen, dan moet ik dat verhaal naar een groter platform trekken. Dus ja, als beleidsmakers, mediafiguren, pers aandacht heeft voor dit soort gesprekken zal het ook gemakkelijker worden om er thuis over te praten.

Gebeurt dat voldoende op dit moment? Zijn er voldoende mensen die de discussie op gang willen trekken?
Ik vind dat je op dit moment merkt, en dan gaat het niet alleen over racisme, maar ook over seksisme dat men begint te zeggen ‘Hier MOETEN we over kunnen praten’ en dan komt er wel een dialoog op gang. Ik heb het gevoel dat we op een moment zitten waarop verschillende mensen zeggen ‘Dit is wat we belangrijk vinden’. Bovendien herbekijken we steeds meer thema’s. Op termijn kan het ongelijkheid wegwerken. Ik denk dat het aan het verbeteren is.

In 2014 schreef jij jouw vlammend betoog, waarna er een hele storm van reacties losbarstte. In dat betoog schreef jij oa dat je zus naar Londen is getrokken om een baan te vinden, om meer kansen te hebben op de arbeidsmarkt.

Bij HEMA Nederland mogen er dames achter de kassa staan met een hoofddoek. Bij HEMA Vlaanderen mag dat niet. Hoe komt het dat het acceptatie proces hier zo moeilijk is?
Het gevaar bestaat er in dat je gaat denken dat Vlamingen racistischer zijn en dat klopt volgens mij niet. Dat zal je mij nooit horen zeggen. Er heerst hier een zwijgzame cultuur, en dat geldt voor alles. Wij gaan niet graag de discussie aan. In Nederland doet men dat wel. Nederlanders lachen er ook mee dat wij zo ‘stil en bedeesd’ zijn. Daardoor doen wij er denk ik langer over, voordat we aan zo’n gesprek beginnen. We willen geen ambras maken!

Ik ken verschillende mensen met een migratie achtergrond en hogere diploma’s op zak en hier gewoon de kansen niet kregen, zelfs niet op gesprek mochten komen. Velen zijn naar Londen of Amsterdam getrokken. Daar staan ze toch net wat verder in de diversiteit-discussie.
Het is jammer. Met mijn zus heb ik daar ook al gesprekken over gehad. Waarom verhuis je om die reden? Je moet de situatie hier veranderen, we zijn ‘van hier’, echte Vlamingen, Vlaamser dan mijn man. Ik ben een meisje uit de jeugdbeweging, ik voel me ook heel verwant met dit stukje Europa. Voor mij was weggaan, omdat ik geen kansen kreeg, geen goed idee. Dat knetterde in mijn hoofd. Ik heb mijn kansen hier gecreëerd.

Ervaart jouw zus in Londen dan geen racisme? Het is toch zeker niet uitgebannen in Europa?
Intussen zit ze al in Jemen en werkt ze als diplomaat bij het Rode Kruis. Ze is echt een wereldreizigster. Maar wanneer ze verteld over haar jaren in Loden, verteld ze natuurlijk ook over racisme. Ook vertelde ze me dat je kleur in Londen lang niet altijd gelinkt is aan je kansen. Diploma’s hebben daar hun waarde, zijn de voet tussen de deur. In Vlaanderen moest ze veel harder werken voordat ze haar diploma’s zagen.

In je boek schrijf je dat je tijdens je jeugd je hebt moeten spiegelen aan alles wat blank was; op televisie, in boeken, in tijdschriften… Op school was je samen met de poetsvrouw de enige zwarte. Cooper gaat ondertussen naar school. Ziet hij ondertussen meer/andere rolmodellen?
De school van Cooper ligt in een wijk vol diversiteit. Wij wonen zelf in een wijk vol kleur. Dus ook op school zijn er veel leerlingen met een kleurtje. Helaas is er weinig diversiteit onder de leerkrachten. Ik hoop dat dat in de nabije toekomst nog wat gaat veranderen, want die rolmodellen zijn zo belangrijk. Maar hij zit in een schooltje waar hij zeker niet de enige is met een migratie-achtergrond.

Kunnen we nog meer verwachten van jou op schrijfgebied?
Ja, natuurlijk! Nu heb ik de smaak te pakken. Ik heb net een tekst af van een kinderboek. Ik heb heel lang gezocht naar een boekje voor onze kindjes die over hen ging. We hebben dat pas gevonden toen we in New York waren. Ik zocht iets over de thematiek waar zij mee te maken kunnen krijgen, waar ze (later) van wakker kunnen liggen. Het is een boek geworden voor meisjes. Over de titel moeten we nog discussiëren en we hebben ook nog niemand die de illustraties maakt, maar hopelijk ligt het voorjaar 2018 in de rekken.

Lezen jullie zelf je kinderen voor?
We hebben thuis heel veel voorleesboekjes, maar laat ik eerlijk zijn. Mijn man is thuis degene die de tijd neemt om de kinderen op bed te leggen. Ik kan dat vaak ‘s avonds niet meer doen. Zelf verzin ik verhaaltjes van 5 minuten en leg ik ze snel op bed, maar mijn man neemt daar de tijd voor.

*****

Namens de Confituur Boekhandels en Uitgeverij Clavis mocht ik Dalilla Hermans het prentenboek Lou in het herfstbos. Een prentenboekje voor de jongste kleuters over een klasje met veel diverse personages. Een aanrader voor iedere voorlezer die kinderen wil laten kennismaken met een diverse wereld.

 

Lou in het herfstbos

Het is herfst! Lou draagt laarsjes en een regenjas: hij gaat met de klas naar het bos. Samen met meester Pablo maken Lou en zijn vriendjes een wandeling.
Ze zien een egel, een konijn, spinnen, een duizendpoot … En dan ziet Lou opeens een rode puntmuts. Wonen er ook kabouters in het bos?

Iedereen is anders. Zo ook in dit grappige en herkenbare verhaal over een herfstwandeling in het bos. Lou toont hoe mooi en divers onze samenleving is. Voor iedereen vanaf 4 jaar. Gemaakt in samenwerking met VZW Cavaria.

Lou in het herfstbos
Kathleen Amant
Uitgeverij Clavis

 

2 Comment

  1. Het is een mooi interview geworden Brenda. Ik heb het niet op de Boekenbeurs gehoord dus leuk dat ik het nu hier op je blog kan nalezen.

  2. Brenda says: Beantwoorden

    Hé! Merci voor het compliment. Ik heb er zelf ook enorm van genoten.

Geef een reactie